Schoolleiders

aan het woord

De aansluiting van opleidingen op de arbeidsmarkt kan beter. Vooral voor jongeren die extra begeleiding nodig hebben. Wat zijn de knelpunten? En waar liggen de kansen? We vroegen het schoolleiders van scholen voor Praktijkonderwijs en Voortgezet Speciaal Onderwijs.

Schoolleiders

aan het woord

De aansluiting van opleidingen op de arbeidsmarkt kan beter. Vooral voor jongeren die extra begeleiding nodig hebben. Wat zijn de knelpunten? En waar liggen de kansen? We vroegen het schoolleiders van scholen voor Praktijkonderwijs en Voortgezet Speciaal Onderwijs.

1. Een belangrijke tussenstap

 

Knelpunt: Er zijn stages, maar vaak zijn die nog te veel gericht op efficiëntie en continuïteit, iets wat de leerlingen (nog) niet kunnen bieden. Het loopt dan vaak moeizaam of gaat zelfs mis. Daarnaast wordt er steeds meer ‘bespaard’ op leerwerkplekken en dagbesteding.

Kans: Er zou een tussenfase moeten zijn: een soort trainingscentrum waar leerlingen kunnen léren hoe het is om te werken. Hoe het is om naar werk te gaan, dat je op tijd moet komen, hoe je omgaat met tegenslagen. Een plek waar je fouten mag maken en waar pedagogische begeleiding is, zodat je daarna kunt doorstromen naar een stageplek. Wat ook zou helpen, is de scholen in de buurt van mbo-scholen te plaatsen, als veilige uitvalsbasis. Zo is de stap naar een stage- of leerplek bij een mbo-school letterlijk kleiner.

2. Verwachtingen en teleurstellingen

 

Knelpunt: Vaak weten werkgevers nog onvoldoende van de problematiek van de leerlingen. Ze weten niet goed wat ze de leerlingen kunnen vragen en wanneer ze hulp in moeten roepen. Ze overvragen leerlingen vaak.

Kans: Investeer in de samenwerking tussen scholen en werkgevers. Communicatie is daarbij ontzettend belangrijk. Als school zou je werkgevers meer kennis willen meegeven over de sterke punten en ontwikkelpunten van de leerlingen. Je zou bijvoorbeeld een basiscursus pedagogische vaardigheden kunnen organiseren. Daarnaast brengen sommige scholen de arbeidsvaardigheden van leerlingen in kaart met behulp van een MELBA-meting. Hiermee kun je bij een werkgever beter aangeven wat ze van een leerling kunnen verwachten.

We hebben 100 – 120 leerlingen in een externe stage. En we gaan nu ongeveer eens in de zes weken langs bij stagebedrijven. Daarvoor hebben we stagecoördinatoren in huis. Persoonlijk contact is belangrijk, maar we zouden het nog wel kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door een ‘opstart’ aan het begin.

3. Continuïteit in initiatieven

 

Knelpunt: Er zijn ontzettend veel initiatieven en overleggen. Bijvoorbeeld met andere scholen. Maar de aansluiting van school en stages/werk wordt vaak niet geagendeerd. Als schoolleider is het daarnaast onmogelijk om het overzicht te houden van het aanbod en dit goed door te vertalen naar de leerlingen. Bovendien heb je te maken met wisselingen van de wacht – schoolleiders die bijvoorbeeld opstappen, maar ook de doorstroom van leerlingen.

Kans: Het netwerk is enorm belangrijk, maar dit zou gestructureerder vorm moeten krijgen. En de aanpak van de route van school naar werk zou meer geagendeerd moeten worden.  Bijvoorbeeld door in de overleggen concrete vraagstukken te bespreken met andere scholen – en niet alleen op regionaal niveau. Daarnaast zou het fijn zijn als de initiatieven centraal in kaart worden gebracht, zodat je ze als schoolleider makkelijker kunt aanbieden aan je leerlingen.

De kans ligt zeer zeker ook in het delen van deze verantwoordelijkheid met de stagecoördinator. Deze zou nog meer als spil, als Dinges, kunnen fungeren, zoals wij elders in het magazine betogen.

4. Professionals en werkbegeleiders

 

Knelpunt: Om een leerling te begeleiden naar werk toe, is er altijd begeleiding nodig. Dat is lastig, want er is weinig of zelfs geen budget om een werkbegeleider mee te sturen.

Kans: Er is behoefte aan financiële middelen. Vaak zijn gemeenten bereid om al tijdig te investeren in de begeleiding van leerlingen. Ga als school het gesprek met de gemeente hierover aan. Kosten gaan hierbij voor de gemeente voor de baten uit. Wie tijdig investeert hoeft later geen geld uit te geven aan uitkeringen en re-integratietrajecten.

Het gedragscomponent maakt het vaak toch lastig. Je zou dan een werkbegeleider mee moeten sturen, maar dat is eigenlijk niet te financieren.

5. Ouders aan boord

 

Knelpunt: Als de ouders van een leerling niet betrokken zijn, is het moeilijk om de leerling te helpen. Soms zijn ouders de regie kwijt over hun kind, zitten ze zelf ‘op de bank’ of wonen ze te ver weg om een rol te spelen in de begeleiding. Terwijl ouders een voorbeeldfunctie hebben en een essentiële schakel zijn naast school, werkgever en de leerling zelf.

Kans: Er moet ook aandacht besteed worden aan de ondersteuning van ouders. Het organiseren van ouderavonden is niet genoeg, ze moeten soms ook geholpen worden met hun eigen problematiek. En pedagogische handvatten krijgen om weer de ouderrol voor hun kind te gaan vervullen. Ook hier is samenwerking met de gemeente en de zorgcoördinator in school van belang. Veelvuldig overleg met de betrokken instanties kan duidelijk maken wie wanneer de ouders het beste kan ondersteunen. Niks doen is geen optie, maar te veel doen, zonder gemeenschappelijke regie is ook geen optie.

6. Leerling aan boord

 

Knelpunt: In de praktijk blijkt het best lastig om de afstemming met leerlingen rondom de route van school naar werk goed vorm te geven. Veel leerlingen zijn zichzelf nog aan het ontdekken en hebben nog niet altijd een goed beeld van hoe de toekomst eruit gaat zien en wat hun wensen en behoeften (bijv. aan begeleiding) zijn. Lastig voor de omgeving, voor ouders, maar ook voor de docenten, werkgevers en stagecoördinatoren om hier goed ‘vat’ op te krijgen. Gevolg is vaak dat gesprekken niet plaatsvinden en dat leerlingen zich niet gehoord en gezien voelen.

Kans: Stel de leerling in de gelegenheid om, vanuit de eigen ervaringen, mee te denken over de inrichting van de route van school naar werk, op school en na plaatsing. Ga één op één het gesprek aan of organiseer bijvoorbeeld Arenagesprekken <link artikel> om de ervaringen en wensen van leerlingen te horen.

Vaak is er ook sprake van motivatieproblemen bij leerlingen. Samen met prof. dr. Arno van Dam gingen we hier tijdens de laatste bijeenkomst van ons Actielab dieper op in. Hij gaf tips over hoe de intrinsieke motivatie van leerlingen te bevorderen en wat te doen als een leerling (toch) niet wil. En hoe je een groep, of beter het groepsproces, in kunt zetten om gedrag van leerlingen te veranderen. Meer hierover is te lezen in het verslag van deze bijeenkomst.

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan