We kunnen (nog) meer doen om leerlingen naar werk te begeleiden

Opvallende onderzoeksbevindingen uit het project De Route van School naar Werk

Gedurende ons project gingen we intensief aan de slag met stagebegeleiders en -coördinatoren, schoolleiders, werkgevers, jobcoaches, ouders, andere stakeholders en natuurlijk de leerlingen zelf. We hadden individuele gesprekken, maar organiseerden ook een Actielab, online focusgroepen met schoolleiders en werkgevers en Arenagesprekken met (oud-)leerlingen. Allemaal om meer inzicht te krijgen in de beste route van school naar werk voor leerlingen van het Praktijkonderwijs en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). Onderzoekers Hans Bosselaar en Branko Hagen voerden daarnaast nog een kwalitatief onderzoek uit via interviews met professionals in vijf regio’s, die een centrale rol vervullen in de toeleiding naar werk (verder genoemd stagecoördinatoren) en hun omgeving (gemeenten, werkgevers, UWV etc.). Op basis daarvan schreven zij een ‘reflectiedocument’. In dit artikel de samenvatting van dit document met een aantal opvallende bevindingen en aanbevelingen.

Lees verder

Cultuuromslag

Een belangrijke waarneming in ons onderzoek is dat in de laatste circa tien jaar een versnelde cultuuromslag heeft plaatsgevonden in het denken over en werken met leerlingen uit het Praktijkonderwijs en het VSO (met uitstroomprofiel ‘werk’). In de wetgeving, in het beleid en in de praktijk worden zij niet langer gezien als jongeren zonder arbeidsmogelijkheden voor wie vanaf hun 18de een uitkering klaar ligt, maar worden zij benaderd als volwaardige potentiële werknemers en collega’s, die, waar nodig, extra begeleiding en aandacht kunnen krijgen.

Vaak vormen de stagecoördinatoren het belangrijkste onderdeel in de dakpanstructuur. Zij werken binnen school samen met het team van docenten en met de leerlingen en hun ouders. Buiten school werken ze samen met een actief en betrokken netwerk van werkgevers en met (vaste contactpersonen bij) instanties als de gemeente en UWV. En daarmee is hun rol in de dakpanstructuur nog niet compleet.

Stagecoördinatoren belangrijke schakel

In de omslag spelen stagecoördinatoren een grote rol. Zij zijn rond de route van school naar werk veelal de schakel tussen de school (leerlingen, docenten en ouders) en de ‘buitenwereld’. Hier zijn niet alleen werkgevers samenwerkingspartners, maar ook functionarissen bij de gemeente, bij UWV of bij zorginstellingen. Het blijkt in de praktijk de taak van de stagecoördinator om de doelen, werkzaamheden en opvattingen van al die betrokkenen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. En omdat hun rol behoorlijk nieuw is, zijn veel stagecoördinatoren, hun collega’s en partners volop bezig hun eigen manier van (samen)werken te ontwikkelen en een plek te geven in hun eigen school en in de sector.

Je zou kunnen zeggen dat zich uit het ‘oude’ vak van stagecoördinator een nieuw soort professional aan het ontwikkelen is. De term ‘stagecoördinator’ dekt de lading al lang niet meer, maar we gebruiken hem in dit artikel, omdat hij in de praktijk gangbaar is. Op sommige scholen wordt al gesproken over ‘trajectbegeleider’. Over de invulling van het vak en de ervaringen van de stagecoördinatoren in de praktijk gaat ons onderzoek. In deze samenvatting belichten we een aantal opvallende bevindingen. Andere bevindingen zijn te lezen in het gehele reflectiedocument, waarin we ook uitleggen waarom we in dit artikel vooral de focus leggen op de stagecoördinator.

Dakpanmethode

Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle scholen voor de route naar werk een aantal vaste stappen hebben. De eerste schooljaren ligt het accent vooral op algemene vorming en is er enige aandacht en ruimte voor kennismaking met en oriëntatie op werk. Soms beginnen scholen dan al met het aanbieden van interne stages. In de middenbouw doen leerlingen vaak groepsstages als eerste concrete stap in de zoektocht naar wat zij kunnen. In de laatste schooljaren ligt het accent op de individuele stappen ‘naar buiten’ en de realisatie van de uitstroom naar betaald werk.

In ons onderzoek benadrukken veel respondenten hoe belangrijk het is dat de fasen in de route van school naar werk elkaar overlappen. Elke volgende fase moet als het ware aangehaakt zijn op de fase ervoor. Zoals dakpannen ook altijd onderling overlappen én in elkaar grijpen. De overlap tussen de pannen voorkomt niet alleen lekkage, maar zorgt ook voor de samenhang van het geheel.

De dakpanstructuur laat zien dat het noodzakelijk is dat de begeleiding en aansturing van de verschillende betrokkenen elkaar overlappen, zodat informatie over de leerling niet weglekt en dat de verschillende fasen in de opleiding van de leerling in elkaar grijpen tot een stevige route van school naar werk. Zo grijpt de fase van de onderbouw in die van de middenbouw en zijn alle fasen op hun manier even belangrijk om een stevige en succesvolle route van school naar werk voor elke leerling te realiseren. Werken ze niet volgens de dakpanmethode, dan horen we veel meer problemen in de afstemming van de begeleiding.

Vaak vormen de stagecoördinatoren het belangrijkste onderdeel in de dakpanstructuur. Zij werken binnen school samen met het team van docenten en met de leerlingen en hun ouders. Buiten school werken ze samen met een actief en betrokken netwerk van werkgevers en met (vaste contactpersonen bij) instanties als de gemeente en UWV. En daarmee is hun rol in de dakpanstructuur nog niet compleet.

Ondersteuning in privéleven

Veel jongeren in het VSO en Praktijkonderwijs worden omringd door professionals, die hen op allerlei levensgebieden ondersteunen en begeleiden. Het gaat dan om professionals uit de jeugdzorg, uit het wijkteam of van organisaties als MEE. Ook dat zijn partners die meewerken aan de vormgeving van de route van school naar werk. En dus is ook met hen de overlap volgens de dakpanaanpak van wezenlijk belang. Daarom werken stagecoördinatoren regelmatig samen met de mentoren en zorgcoördinatoren op school, die vaak goed zicht hebben op de actuele vraagstukken en ondersteuning die de leerlingen hebben in hun privéleven.

Ten slotte nemen stagecoördinatoren vaak deel aan regionale netwerken met collega’s van andere scholen en deskundigen van gemeenten. Een zogenoemd lokaal of regionaal ‘staco-overleg’ is volgens veel respondenten van wezenlijk belang om kennis over regionale mogelijkheden en nieuwe regelingen uit te wisselen, maar ook om bijvoorbeeld over en weer stageplaatsen te benutten en leerlingen te laten meeliften op de kennis en activiteiten van andere scholen.

Totaalplaatje: De dakpanaanpak bij de route van school naar werk

Nadere toelichting op de dakpanmethode is te vinden in het reflectiedocument (pagina 11 en verder).

‘Ik ben niet raar, ik ben een Dinges’

Bij de route van school naar werk zijn zoals eerder aangeven docenten, mentoren, ouders, werkgevers en vele anderen betrokken. De stagecoördinator is op veel scholen de verbinder tussen – en in mindere of meerdere mate de begeleider en ondersteuner van – alle betrokkenen. In het onderzoek zien we dat deze rol zich in de praktijk tot een specifiek beroep heeft ontwikkeld: een vak dat eigen, nieuwe vak-kundigheid vereist. Veel stagecoördinatoren zijn werkenderwijs bezig dit vak zelf en samen met anderen te ontwikkelen en vaste grond te vinden in de VSO-PRO-sector. Het is een ontwikkeling die we in het hele publieke domein waarnemen (Noordegraaf e.a., 2014).

Er ontwikkelen zich steeds meer nieuwe ‘professionals’, die beschikken over veel inhoudelijke expertise. Maar ook bijzonder goed zijn in het koppelen van hun expertise en capaciteiten aan die van andere professionals. In onderzoek van de VU heeft die professional de geuzennaam ‘Dinges’ gekregen. Deze naam verwijst naar de onbestemdheid en nieuwigheid van de alom verbindende rol van deze professionals, die in deze tijd noodzakelijk is om mensen in een kwetsbare positie te ondersteunen bij hun maatschappelijke participatie.

Voor de buitenwacht lijkt het soms dat een Dinges maar wat doet, veel van huis is en tijd besteedt aan activiteiten als netwerken, terwijl dat niet meteen tot tastbaar resultaat leidt. Maar wat we zien is dat een Dinges op veel borden tegelijk schaakt. Dat doet de Dinges enerzijds op intuïtie en aan de andere kant zet de Dinges zijn of haar analytische, verbindende en communicatieve competenties in om te kijken met welke (afwisselende) samenwerkingspartners hij of zij stapjes kan zetten. BIjvoorbeeld een specifieke stage bij een specifiek bedrijf met specifieke leermogelijkheden om op termijn een groter doel te bereiken (duurzame werkplek). Op de korte termijn hebben de samenwerkingspartners hier ook concreet baat bij.

Gezien de recente ontwikkeling van dit nieuwe professionalisme, is het niet zo gek dat de stagecoördinatoren zelf én hun omgeving nog niet helemaal goed weten hoe hun rol eruit moet zien.

Dat is een zoektocht die centraal stond in het Actielab dat wij het afgelopen jaar uitvoerden. De confrontatie in het Actielab met de theorie van de Dinges als duiding van wat het nieuwe professionalisme van de stagecoördinator inhoudt, was voor meerdere deelnemers een ‘eye-opener’, waarbij één van de deelnemers over zichzelf vaststelde: “Ik ben niet raar, ik ben een Dinges”. Meer informatie over de theorie van de Dinges is hier te vinden.

Aanbevelingen

Op basis van ons onderzoek is het mogelijk om aanbevelingen te doen waar scholen, stagecoördinatoren, de sector en beleidsmakers mogelijk hun voordeel mee kunnen doen. We zagen dat er hard gewerkt wordt aan een omslag in denken en doen rond de route van school naar werk. We zagen ook dat de inrichting en de feitelijke uitvoering op de meeste scholen nog sterk in ontwikkeling is. Er kunnen nog grote stappen worden gezet en op veel plaatsen worden die ook gezet. Belangrijk hierbij is de erkenning van het belang van de oriëntatie op en ervaring met werk (stages) tijdens de schoolperiode. Leerlingen uit VSO (uitstroomprofiel arbeid) en het Praktijkonderwijs hebben er groot belang bij dat hun route naar werk een centrale plaats heeft in hun hele schoolloopbaan en de directe periode daarna. De dakpanaanpak is hierbij van wezenlijk belang. Om dit alles te bewerkstelligen doen we de volgende aanbevelingen:

Voor scholen

  • Geef (meer) prioriteit, aandacht en middelen aan het ontwikkelen en actief onderhouden van netwerken met werkgevers, gemeenten en andere instanties.
  • Bouw voor de betrokken medewerkers (stagecoördinator, transitiecoach of trajectbegeleider) voldoende ruimte in voor de (door)ontwikkeling van hun professionaliteit in deze relatief nieuwe functie.
  • Stel de leerling in de gelegenheid om, vanuit de eigen ervaringen, mee te denken over de verdere inrichting van de route van school naar werk op school. Organiseer Arenagesprekken <link artikel> met leerlingen of zoek andere vormen op om de ervaringen en wensen van leerlingen samen te horen.

Voor stagecoördinatoren

Zorg voor een persoonlijk netwerk met een goed evenwicht buiten (werkgevers, gemeente, UWV) en binnen de school (inclusief leerlingen en ouders).

  • Netwerken alleen is niet voldoende. Ontwikkel voor groepen leerlingen en voor leerlingen afzonderlijk, in samenwerking met anderen, een professionele visie op de beste invulling van hun route naar werk. Vanuit die visie is het mogelijk om de volgende stappen met en voor de leerlingen in hun route van school naar werk te realiseren.

Voor docenten en mentoren

  • Benut de kennis en het netwerk van stagecoördinatoren maximaal. Maak ruimte in je lesprogramma waarin stagecoördinatoren, (ex-)leerlingen, werkgevers, brancheorganisaties kunnen laten zien dat de route naar werk perspectief heeft.

Voor werkgevers

  • Het bieden van een stage- en/of werkplek is vaak een kwestie van experimenteren en bijsturen. Zorg daarom voor structurele samenwerking met scholen (stagecoördinator), zodat dit een gezamenlijke onderneming wordt van de leerling, van u als werkgever en van de professional(s) die u en de leerling op alle fronten bij kunnen staan.
  • Leerlingen in het VSO en Praktijkonderwijs zijn vaak nog jong en volop in ontwikkeling. Dat vraagt extra geduld en aandacht in de eerste periode van de stage/plaatsing, maar deze investering betaalt zich op termijn meestal dubbel en dwars terug.
  • Mocht een stage of plaatsing niet succesvol zijn, laat de jongere dan niet zomaar vallen. Dat kan diep ingrijpen in zijn/haar ervaring en toekomstige kansen. Probeer de jongere (en de ondersteuners) zoveel mogelijk verder te helpen, bijvoorbeeld door contact te leggen met een andere, beter passende werkgever.

Voor instanties en beleidsmakers

  • Benader de overgang van school naar werk niet los van de (vaak bijzondere) transitie die de leerlingen van het VSO en Praktijkonderwijs doormaken in hun leven van jongere naar volwassene. Deze transitie eindigt niet op het moment dat zij van school af gaan.
  • Erken en waardeer dat er veel jongeren zijn die zonder formele startkwalificatie via betaalde arbeid een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Voorkom dat, door het idealiseren van de overgang van het VSO en Praktijkonderwijs naar het mbo, jongeren in hun route van school naar werk stappen zetten die niet aansluiten bij hun capaciteiten.
  • Er zijn ook kansen om de route van school naar werk via het mbo te verlengen, zeker via BBL. Beleidsmakers kunnen de sector (VSO/Praktijkonderwijs én mbo) meer prikkelen om te onderzoeken of en hoe deze verlenging op leerlingniveau passend kan worden gemaakt.
  • Vergroot de kansen van leerlingen in het VSO en Praktijkonderwijs door de toegang tot de arbeidsmarkt te ontkoppelen aan het bezit van erkende beroepsdiploma’s en te verbinden aan (ook op het werk te ontwikkelen) competenties en vaardigheden.
  • Maak in de financiering van scholen meer middelen vrij om de route van school naar werk in het VSO en Praktijkonderwijs te organiseren volgens de dakpanaanpak.
Over de onderzoekers

Hans Bosselaar is onderzoeker (o.a. het onderzoek ‘De ontdekking van de Dinges’) en docent op de Vrije Universiteit. Branko Hagen is zelfstandig gevestigd adviseur met een lang (onderzoeks) verleden rond de participatie van mensen met een beperking op de arbeidsmarkt.

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan